Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    passeren

    werkwoord | Taalniveau: A2

    langs iemand of iets gaan; ook: iemand inhalen of een grens oversteken

    Voorbeeldzinnen met het woord passeren

    • "De trein passeert Utrecht om kwart over negen."
    • "Ze passeerde de grens zonder controle."

    Synoniemen van passeren

    Idiomen

    • • rustig passeren
    • • langs iets passeren

    Vervoeging van passeren

    Ik (nu) passeer
    Hij/zij (nu) passeert
    Wij (nu) passeren
    Verleden tijd passeerde
    Voltooid deelw. gepasseerd
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over passeren

    Wat betekent passeren?
    langs iemand of iets gaan; ook: iemand inhalen of een grens oversteken
    Op welk taalniveau hoort passeren?
    Het woord passeren hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van passeren?
    Synoniemen van passeren zijn: voorbijgaan, inhalen, oversteken.
    Hoe vervoeg je passeren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je passeren als volgt: ik passeer, hij/zij passeert, wij passeren.
    Wat is de verleden tijd van passeren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van passeren is: passeerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van passeren?
    Het voltooid deelwoord van passeren is: gepasseerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij passeren?
    Bij passeren gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter