Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    passen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    kijken of een kledingstuk goed zit door het even aan te doen

    Voorbeeldzinnen met het woord passen

    • "Ze ging het jurk passen in de kleedkamer."
    • "De schoenen passen precies en zijn heel comfortabel."

    Synoniemen van passen

    Idiomen

    • • dat past als een gegoten (iets sluit perfect aan; iets past uitstekend bij een situatie)

    Vervoeging van passen

    Ik (nu) ik pas
    Hij/zij (nu) hij past
    Wij (nu) wij passen
    Verleden tijd paste
    Voltooid deelw. gepast
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over passen

    Wat betekent passen?
    kijken of een kledingstuk goed zit door het even aan te doen
    Op welk taalniveau hoort passen?
    Het woord passen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van passen?
    Synoniemen van passen zijn: aanmeten, uitproberen.
    Hoe vervoeg je passen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je passen als volgt: ik ik pas, hij/zij hij past, wij wij passen.
    Wat is de verleden tijd van passen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van passen is: paste.
    Wat is het voltooid deelwoord van passen?
    Het voltooid deelwoord van passen is: gepast.
    Gebruik je hebben of zijn bij passen?
    Bij passen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter