Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    depass

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    het doorgeven van de bal aan een medespeler

    Voorbeeldzinnen met het woord pass

    • "De pass van de middenvelder was precies op de voet van de spits."
    • "Hij gaf een goede pass aan zijn collega die het project naar de volgende fase bracht."

    Synoniemen van pass

    Idiomen

    • • een goede pas geven (iemand een kans bieden om te slagen of een voordeel te behalen)
    1bijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B2

    niet meer modern of actueel; achterhaald en niet langer in de mode

    Voorbeeldzinnen met het woord pass

    • "Die kapseltrend is al jaren pass�, maar sommigen dragen hem nog steeds met trots."
    • "Het gebruik van een fax is volledig pass� nu iedereen e-mail gebruikt."

    Synoniemen van pass

    Veelgestelde vragen over pass

    Wat betekent pass?
    het doorgeven van de bal aan een medespeler
    Op welk taalniveau hoort pass?
    Het woord pass hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van pass?
    Synoniemen van pass zijn: terugspeelbal, voorzet, doorspelen.
    Is pass een de-woord of het-woord?
    Pass is een de-woord: de pass.

    Delen

    Bladeren op letter