Was dit nuttig?
hetpaspoort
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
officieel reisdocument waarmee iemand zich kan identificeren en naar het buitenland kan reizen
Voorbeeldzinnen met het woord paspoort
- "Ze moest haar paspoort verlengen omdat het verlopen was."
- "Voor de vlucht moet je een geldig paspoort hebben."
Synoniemen van paspoort
Veelgestelde vragen over paspoort
- Wat betekent paspoort?
- officieel reisdocument waarmee iemand zich kan identificeren en naar het buitenland kan reizen
- Op welk taalniveau hoort paspoort?
- Het woord paspoort hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van paspoort?
- Synoniemen van paspoort zijn: reisdocument, identiteitsbewijs.
- Is paspoort een de-woord of het-woord?
- Paspoort is een het-woord: het paspoort.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij paspoort
hethoger beroep
zelfstandig naamwoord
procedure waarbij een hogere rechter opnieuw naar een zaak k…
dediefstal
zelfstandig naamwoord
het stelen van andermans bezit
debezwaartermijn
zelfstandig naamwoord
de wettelijke periode waarbinnen bezwaar moet worden ingedie…
debijstand
zelfstandig naamwoord
minimumuitkering van de gemeente voor mensen zonder voldoend…
deinschrijving
zelfstandig naamwoord
het officieel laten registreren van je naam en adres bij een…
deadreswijziging
zelfstandig naamwoord
het doorgeven van een nieuw woonadres aan de gemeente of and…
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen