Was dit nuttig?
verifiëren
werkwoord | Taalniveau: C1
nagaan of iets correct, echt of juist is
Voorbeeldzinnen met het woord verifiëren
- "Ze verifieerde de feiten voordat ze het artikel publiceerde."
- "Het accountantskantoor verifieerde de financiële gegevens."
Synoniemen van verifiëren
Vervoeging van verifiëren
| Ik (nu) | ik verifieer |
| Hij/zij (nu) | hij verifieert |
| Wij (nu) | wij verifiëren |
| Verleden tijd | verifieerde |
| Voltooid deelw. | geverifieerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over verifiëren
- Wat betekent verifiëren?
- nagaan of iets correct, echt of juist is
- Op welk taalniveau hoort verifiëren?
- Het woord verifiëren hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van verifiëren?
- Synoniemen van verifiëren zijn: controleren, checken, bevestigen.
- Hoe vervoeg je verifiëren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je verifiëren als volgt: ik ik verifieer, hij/zij hij verifieert, wij wij verifiëren.
- Wat is de verleden tijd van verifiëren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van verifiëren is: verifieerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van verifiëren?
- Het voltooid deelwoord van verifiëren is: geverifieerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij verifiëren?
- Bij verifiëren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij verifiëren
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen