Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    optrekken

    werkwoord | Taalniveau: B1

    langzaam verdwijnen of verspreiden, zoals mist of bewolking

    Voorbeeldzinnen met het woord optrekken

    • "De mist trok in de loop van de ochtend langzaam op."
    • "Zodra de bewolking optrekt, zal het flink warmer worden."
    • "Na de ochtendmist trok het weer op en werd het een mooie dag."
    • "Het stof trok langzaam op na de storm had uitgeraasd."
    • "De onweerswolken trokken op en lieten een stralend blauwe lucht achter."

    Synoniemen van optrekken

    Idiomen

    • • als mist voor de zon verdwijnen (snel en volledig verdwijnen)

    Waar komt het woord optrekken vandaan?

    Optrekken is samengesteld uit op en trekken. Trekken stamt van het Proto-Germaans trekkanan. In weercontext is optrekken een beeldende uitdrukking: de mist of wolken trekken als het ware omhoog en weg.

    Vervoeging van optrekken

    Ik (nu) trek op
    Hij/zij (nu) trekt op
    Wij (nu) trekken op
    Verleden tijd trok op
    Voltooid deelw. opgetrokken
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over optrekken

    Wat betekent optrekken?
    langzaam verdwijnen of verspreiden, zoals mist of bewolking
    Op welk taalniveau hoort optrekken?
    Het woord optrekken hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van optrekken?
    Synoniemen van optrekken zijn: verspreiden, verdwijnen, oplossen.
    Hoe vervoeg je optrekken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je optrekken als volgt: ik trek op, hij/zij trekt op, wij trekken op.
    Wat is de verleden tijd van optrekken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van optrekken is: trok op.
    Wat is het voltooid deelwoord van optrekken?
    Het voltooid deelwoord van optrekken is: opgetrokken.
    Gebruik je hebben of zijn bij optrekken?
    Bij optrekken gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter