Was dit nuttig?
warm
bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: A1
1bijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A1
Met een hoge temperatuur; het tegenovergestelde van koud
Voorbeeldzinnen met het woord warm
- "Het is warm vandaag, meer dan 25 graden."
- "Ze drinkt een warme kop thee."
- "In de zomer is het warm."
Idiomen
- • Een warm onthaal
- • Het warm hebben
2bijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1
hartelijk, vriendelijk en welkom; vol genegenheid of medeleven
Voorbeeldzinnen met het woord warm
- "Ze ontving haar gasten met een warme glimlach en een stevige omhelzing."
- "Het publiek reageerde warm op de speech van de nieuwe directeur."
Synoniemen van warm
Idiomen
- • Een warm welkom geven
- • Het warm krijgen van iets
Veelgestelde vragen over warm
- Wat betekent warm?
- Met een hoge temperatuur; het tegenovergestelde van koud
- Op welk taalniveau hoort warm?
- Het woord warm hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van warm?
- Synoniemen van warm zijn: heet, zonnig.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij warm
zonnig
bijvoeglijk naamwoord
met veel zon, helder weer
nat
bijvoeglijk naamwoord
vochtig, niet droog
koud
bijvoeglijk naamwoord
Met een lage temperatuur; het tegenovergestelde van warm
droog
bijvoeglijk naamwoord
niet nat, geen neerslag
dewolk
zelfstandig naamwoord
Massa van waterdruppeltjes of ijskristallen die in de lucht …
hetonweer
zelfstandig naamwoord
Hevig weer met bliksem en donder, vaak met hevige regen