Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    optuigen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    versieren en klaarmaken voor een feest

    Voorbeeldzinnen met het woord optuigen

    • "Ze tuigden het huis op voor Kerst."
    • "Hij tuigde de boom op met lichten."

    Idiomen

    • • De kerstboom optuigen
    • • Een zaak snel optuigen

    Vervoeging van optuigen

    Ik (nu) ik tuig op
    Hij/zij (nu) hij/zij tuigt op
    Wij (nu) wij tuigen op
    Verleden tijd tuigde op
    Voltooid deelw. opgetuigd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over optuigen

    Wat betekent optuigen?
    versieren en klaarmaken voor een feest
    Op welk taalniveau hoort optuigen?
    Het woord optuigen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je optuigen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je optuigen als volgt: ik ik tuig op, hij/zij hij/zij tuigt op, wij wij tuigen op.
    Wat is de verleden tijd van optuigen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van optuigen is: tuigde op.
    Wat is het voltooid deelwoord van optuigen?
    Het voltooid deelwoord van optuigen is: opgetuigd.
    Gebruik je hebben of zijn bij optuigen?
    Bij optuigen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter