Was dit nuttig?
optuigen
werkwoord | Taalniveau: B1
versieren en klaarmaken voor een feest
Voorbeeldzinnen met het woord optuigen
- "Ze tuigden het huis op voor Kerst."
- "Hij tuigde de boom op met lichten."
Idiomen
- • De kerstboom optuigen
- • Een zaak snel optuigen
Vervoeging van optuigen
| Ik (nu) | ik tuig op |
| Hij/zij (nu) | hij/zij tuigt op |
| Wij (nu) | wij tuigen op |
| Verleden tijd | tuigde op |
| Voltooid deelw. | opgetuigd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over optuigen
- Wat betekent optuigen?
- versieren en klaarmaken voor een feest
- Op welk taalniveau hoort optuigen?
- Het woord optuigen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je optuigen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je optuigen als volgt: ik ik tuig op, hij/zij hij/zij tuigt op, wij wij tuigen op.
- Wat is de verleden tijd van optuigen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van optuigen is: tuigde op.
- Wat is het voltooid deelwoord van optuigen?
- Het voltooid deelwoord van optuigen is: opgetuigd.
- Gebruik je hebben of zijn bij optuigen?
- Bij optuigen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij optuigen
blaffen
werkwoord
vuurwerk afsteken
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
Gerelateerde taaltips
Schrijf je Pasen met een hoofdletter of kleine letter?
De juiste schrijfwijze van Pasen, paashaas en andere paaswoorden
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt