Was dit nuttig?
deoptocht
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
processie van mensen of wagens door de straten
Voorbeeldzinnen met het woord optocht
- "De carnavalsoptocht trok door de stad."
- "Ze keken naar de optocht op koningsdag."
Synoniemen van optocht
Veelgestelde vragen over optocht
- Wat betekent optocht?
- processie van mensen of wagens door de straten
- Op welk taalniveau hoort optocht?
- Het woord optocht hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van optocht?
- Synoniemen van optocht zijn: stoet.
- Is optocht een de-woord of het-woord?
- Optocht is een de-woord: de optocht.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij optocht
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
dekerstpudding
zelfstandig naamwoord
traditioneel Brits dessert met kerst
Gerelateerde taaltips
Schrijf je Pasen met een hoofdletter of kleine letter?
De juiste schrijfwijze van Pasen, paashaas en andere paaswoorden
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt