Was dit nuttig?
opvangen
werkwoord | Taalniveau: A1
een vliegend voorwerp grijpen
Voorbeeldzinnen met het woord opvangen
- "Hij ving de bal op met één hand."
- "Ze ving het pluimpje op net voor het de grond raakte."
Idiomen
- • De klap opvangen
Vervoeging van opvangen
| Ik (nu) | ik vang op |
| Hij/zij (nu) | hij vangt op |
| Wij (nu) | wij vangen op |
| Verleden tijd | ving op |
| Voltooid deelw. | opgevangen |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over opvangen
- Wat betekent opvangen?
- een vliegend voorwerp grijpen
- Op welk taalniveau hoort opvangen?
- Het woord opvangen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van opvangen?
- Synoniemen van opvangen zijn: vangen, grijpen.
- Hoe vervoeg je opvangen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je opvangen als volgt: ik ik vang op, hij/zij hij vangt op, wij wij vangen op.
- Wat is de verleden tijd van opvangen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van opvangen is: ving op.
- Wat is het voltooid deelwoord van opvangen?
- Het voltooid deelwoord van opvangen is: opgevangen.
- Gebruik je hebben of zijn bij opvangen?
- Bij opvangen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij opvangen
kamperen
werkwoord
buiten overnachten in een tent of camper
hardlopen
werkwoord
snel lopen als sport of training
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…