Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    opvangen

    werkwoord | Taalniveau: A1

    een vliegend voorwerp grijpen

    Voorbeeldzinnen met het woord opvangen

    • "Hij ving de bal op met één hand."
    • "Ze ving het pluimpje op net voor het de grond raakte."

    Synoniemen van opvangen

    Idiomen

    • • De klap opvangen

    Vervoeging van opvangen

    Ik (nu) ik vang op
    Hij/zij (nu) hij vangt op
    Wij (nu) wij vangen op
    Verleden tijd ving op
    Voltooid deelw. opgevangen
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over opvangen

    Wat betekent opvangen?
    een vliegend voorwerp grijpen
    Op welk taalniveau hoort opvangen?
    Het woord opvangen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van opvangen?
    Synoniemen van opvangen zijn: vangen, grijpen.
    Hoe vervoeg je opvangen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je opvangen als volgt: ik ik vang op, hij/zij hij vangt op, wij wij vangen op.
    Wat is de verleden tijd van opvangen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van opvangen is: ving op.
    Wat is het voltooid deelwoord van opvangen?
    Het voltooid deelwoord van opvangen is: opgevangen.
    Gebruik je hebben of zijn bij opvangen?
    Bij opvangen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter