Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    sneeuwen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    Het vallen van sneeuw uit de lucht

    Voorbeeldzinnen met het woord sneeuwen

    • "Het sneeuwt heel hard buiten."
    • "Morgen gaat het sneeuwen."
    • "De kinderen hopen dat het gaat sneeuwen."

    Synoniemen van sneeuwen

    Idiomen

    • • Het sneeuwt van de bezwaren

    Vervoeging van sneeuwen

    Ik (nu) sneeuwt
    Hij/zij (nu) sneeuwt
    Wij (nu) sneeuwen
    Verleden tijd sneeuwde
    Voltooid deelw. gesneeuwd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over sneeuwen

    Wat betekent sneeuwen?
    Het vallen van sneeuw uit de lucht
    Op welk taalniveau hoort sneeuwen?
    Het woord sneeuwen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van sneeuwen?
    Synoniemen van sneeuwen zijn: sneeuwval, neerslagvorm.
    Hoe vervoeg je sneeuwen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je sneeuwen als volgt: ik sneeuwt, hij/zij sneeuwt, wij sneeuwen.
    Wat is de verleden tijd van sneeuwen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van sneeuwen is: sneeuwde.
    Wat is het voltooid deelwoord van sneeuwen?
    Het voltooid deelwoord van sneeuwen is: gesneeuwd.
    Gebruik je hebben of zijn bij sneeuwen?
    Bij sneeuwen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter