Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    opklaren

    werkwoord | Taalniveau: B1

    helderder worden; van wolken vrij worden

    Voorbeeldzinnen met het woord opklaren

    • "Na de regen klaart het weer op."
    • "De lucht was grijs, maar later klaarde het op."

    Idiomen

    • • het weer klaart op
    • • na regen komt zonneschijn

    Vervoeging van opklaren

    Ik (nu) ik klaar op
    Hij/zij (nu) hij klaart op
    Wij (nu) wij klaren op
    Verleden tijd ik klaarde op
    Voltooid deelw. opgeklaarde
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over opklaren

    Wat betekent opklaren?
    helderder worden; van wolken vrij worden
    Op welk taalniveau hoort opklaren?
    Het woord opklaren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je opklaren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je opklaren als volgt: ik ik klaar op, hij/zij hij klaart op, wij wij klaren op.
    Wat is de verleden tijd van opklaren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van opklaren is: ik klaarde op.
    Wat is het voltooid deelwoord van opklaren?
    Het voltooid deelwoord van opklaren is: opgeklaarde.
    Gebruik je hebben of zijn bij opklaren?
    Bij opklaren gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter