Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    ophangen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    iets aan de muur of een haak bevestigen

    Voorbeeldzinnen met het woord ophangen

    • "Ze hangt schilderijen op in de woonkamer."
    • "Hij hing de gordijnen op in de slaapkamer."

    Idiomen

    • • de was ophangen

    Vervoeging van ophangen

    Ik (nu) hang op
    Hij/zij (nu) hangt op
    Wij (nu) hangen op
    Verleden tijd hing op
    Voltooid deelw. opgehangen
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over ophangen

    Wat betekent ophangen?
    iets aan de muur of een haak bevestigen
    Op welk taalniveau hoort ophangen?
    Het woord ophangen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je ophangen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je ophangen als volgt: ik hang op, hij/zij hangt op, wij hangen op.
    Wat is de verleden tijd van ophangen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van ophangen is: hing op.
    Wat is het voltooid deelwoord van ophangen?
    Het voltooid deelwoord van ophangen is: opgehangen.
    Gebruik je hebben of zijn bij ophangen?
    Bij ophangen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter