Was dit nuttig?
ophangen
werkwoord | Taalniveau: A2
iets aan de muur of een haak bevestigen
Voorbeeldzinnen met het woord ophangen
- "Ze hangt schilderijen op in de woonkamer."
- "Hij hing de gordijnen op in de slaapkamer."
Idiomen
- • de was ophangen
Vervoeging van ophangen
| Ik (nu) | hang op |
| Hij/zij (nu) | hangt op |
| Wij (nu) | hangen op |
| Verleden tijd | hing op |
| Voltooid deelw. | opgehangen |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over ophangen
- Wat betekent ophangen?
- iets aan de muur of een haak bevestigen
- Op welk taalniveau hoort ophangen?
- Het woord ophangen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je ophangen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je ophangen als volgt: ik hang op, hij/zij hangt op, wij hangen op.
- Wat is de verleden tijd van ophangen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van ophangen is: hing op.
- Wat is het voltooid deelwoord van ophangen?
- Het voltooid deelwoord van ophangen is: opgehangen.
- Gebruik je hebben of zijn bij ophangen?
- Bij ophangen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij ophangen
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen