Was dit nuttig?
nemen
werkwoord | Taalniveau: A1
1werkwoord| Taalniveau: A1
iets pakken of in bezit nemen
Voorbeeldzinnen met het woord nemen
- "Neem een stoel en ga zitten."
- "Hij nam een kop koffie van het dienblad."
Idiomen
- • De benen nemen
- • Iemand iets kwalijk nemen
- • Het er van nemen
2werkwoord| Taalniveau: B1
een beslissing of keuze officieel vaststellen
Voorbeeldzinnen met het woord nemen
- "Het bestuur nam het besluit om de vergadering te verplaatsen."
- "Ze nam de tijd om alles zorgvuldig te overwegen voor ze koos."
Idiomen
- • De benen nemen
- • Iemand iets kwalijk nemen
- • Het er van nemen
3werkwoord| Taalniveau: B2
iemand voor de gek houden of bedriegen
Voorbeeldzinnen met het woord nemen
- "Neem me niet in de maling: dat verhaal klopt van geen kant."
- "Hij liet zich niet nemen en prikte het valse argument snel door."
Synoniemen van nemen
Idiomen
- • De benen nemen
- • Iemand iets kwalijk nemen
- • Het er van nemen
Vervoeging van nemen
| Ik (nu) | neem |
| Hij/zij (nu) | neemt |
| Wij (nu) | nemen |
| Verleden tijd | nam |
| Voltooid deelw. | genomen |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over nemen
- Wat betekent nemen?
- iets pakken of in bezit nemen
- Op welk taalniveau hoort nemen?
- Het woord nemen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van nemen?
- Synoniemen van nemen zijn: pakken, grijpen, meenemen.
- Hoe vervoeg je nemen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je nemen als volgt: ik neem, hij/zij neemt, wij nemen.
- Wat is de verleden tijd van nemen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van nemen is: nam.
- Wat is het voltooid deelwoord van nemen?
- Het voltooid deelwoord van nemen is: genomen.
- Gebruik je hebben of zijn bij nemen?
- Bij nemen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij nemen
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen