Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    afsmaken

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een gerecht proeven en eventueel kruiden toevoegen om de smaak te perfectioneren

    Voorbeeldzinnen met het woord afsmaken

    • "Smaak de saus goed af voor je hem serveert."
    • "Na het afsmaken voegde ze nog een snufje zout toe aan het gerecht."

    Synoniemen van afsmaken

    Idiomen

    • • de soep op smaak afsmaken
    • • afsmaken met peper en zout

    Vervoeging van afsmaken

    Ik (nu) smaak af
    Hij/zij (nu) smaakt af
    Wij (nu) smaken af
    Verleden tijd smaakte af
    Voltooid deelw. afgesmaakt
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over afsmaken

    Wat betekent afsmaken?
    een gerecht proeven en eventueel kruiden toevoegen om de smaak te perfectioneren
    Op welk taalniveau hoort afsmaken?
    Het woord afsmaken hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van afsmaken?
    Synoniemen van afsmaken zijn: proeven, afkruiden, bijkruiden.
    Hoe vervoeg je afsmaken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je afsmaken als volgt: ik smaak af, hij/zij smaakt af, wij smaken af.
    Wat is de verleden tijd van afsmaken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van afsmaken is: smaakte af.
    Wat is het voltooid deelwoord van afsmaken?
    Het voltooid deelwoord van afsmaken is: afgesmaakt.
    Gebruik je hebben of zijn bij afsmaken?
    Bij afsmaken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter