Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    afspraak maken

    werkwoord | Taalniveau: A1

    een tijdstip plannen voor een bezoek aan een zorgverlener

    Voorbeeldzinnen met het woord afspraak maken

    • "Ze maakt een afspraak bij de tandarts."
    • "Ik wil graag een afspraak maken voor volgende week."

    Synoniemen van afspraak maken

    Idiomen

    • • Een afspraak is een afspraak.
    • • Een datum prikken voor een ontmoeting.
    • • Iets in de agenda zetten.

    Vervoeging van afspraak maken

    Ik (nu) ik maak afspraak
    Hij/zij (nu) hij/zij maakt afspraak
    Wij (nu) wij maken afspraak
    Verleden tijd maakte afspraak
    Voltooid deelw. afspraak gemaakt
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over afspraak maken

    Wat betekent afspraak maken?
    een tijdstip plannen voor een bezoek aan een zorgverlener
    Op welk taalniveau hoort afspraak maken?
    Het woord afspraak maken hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van afspraak maken?
    Synoniemen van afspraak maken zijn: inplannen, reserveren.
    Hoe vervoeg je afspraak maken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je afspraak maken als volgt: ik ik maak afspraak, hij/zij hij/zij maakt afspraak, wij wij maken afspraak.
    Wat is de verleden tijd van afspraak maken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van afspraak maken is: maakte afspraak.
    Wat is het voltooid deelwoord van afspraak maken?
    Het voltooid deelwoord van afspraak maken is: afspraak gemaakt.
    Gebruik je hebben of zijn bij afspraak maken?
    Bij afspraak maken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter