Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    afspreken

    werkwoord | Taalniveau: A2

    een ontmoeting plannen met iemand

    Voorbeeldzinnen met het woord afspreken

    • "We spraken af om samen te eten."
    • "Ze spraken af bij oma thuis."

    Idiomen

    • • een datum prikken

    Vervoeging van afspreken

    Ik (nu) spreek af
    Hij/zij (nu) spreekt af
    Wij (nu) spreken af
    Verleden tijd sprak af
    Voltooid deelw. afgesproken
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over afspreken

    Wat betekent afspreken?
    een ontmoeting plannen met iemand
    Op welk taalniveau hoort afspreken?
    Het woord afspreken hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je afspreken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je afspreken als volgt: ik spreek af, hij/zij spreekt af, wij spreken af.
    Wat is de verleden tijd van afspreken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van afspreken is: sprak af.
    Wat is het voltooid deelwoord van afspreken?
    Het voltooid deelwoord van afspreken is: afgesproken.
    Gebruik je hebben of zijn bij afspreken?
    Bij afspreken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter