Was dit nuttig?
hetgezin
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het gezinnetje
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen
Voorbeeldzinnen met het woord gezin
- "Ons gezin bestaat uit vier personen."
- "Het gezin gaat samen op vakantie."
- "Ze heeft een groot gezin."
Synoniemen van gezin
Idiomen
- • Een gezin stichten
- • Het gezin uitbreiden
Veelgestelde vragen over gezin
- Wat betekent gezin?
- Een groep van ouders en kinderen die samen wonen
- Op welk taalniveau hoort gezin?
- Het woord gezin hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van gezin?
- Synoniemen van gezin zijn: familie.
- Is gezin een de-woord of het-woord?
- Gezin is een het-woord: het gezin.
- Wat is het verkleinwoord van gezin?
- Het verkleinwoord van gezin is: het het gezinnetje.