Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    schuimen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    schuim vormen of produceren; ook figuurlijk: razend zijn van woede

    Voorbeeldzinnen met het woord schuimen

    • "De kokende melk begon te schuimen dus moest ze direct roeren."
    • "Hij stond te schuimen van woede na het slechte nieuws."

    Synoniemen van schuimen

    Idiomen

    • • schuimen van woede (razend zijn van woede figuratief schuim op de mond hebben)
    • • het schuim van de top zijn (het allerbeste van een bepaalde groep zijn)

    Vervoeging van schuimen

    Ik (nu) schuim
    Hij/zij (nu) schuimt
    Wij (nu) schuimen
    Verleden tijd schuimde
    Voltooid deelw. geschuimd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over schuimen

    Wat betekent schuimen?
    schuim vormen of produceren; ook figuurlijk: razend zijn van woede
    Op welk taalniveau hoort schuimen?
    Het woord schuimen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van schuimen?
    Synoniemen van schuimen zijn: borrelen, mousseren, opkoken.
    Hoe vervoeg je schuimen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je schuimen als volgt: ik schuim, hij/zij schuimt, wij schuimen.
    Wat is de verleden tijd van schuimen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van schuimen is: schuimde.
    Wat is het voltooid deelwoord van schuimen?
    Het voltooid deelwoord van schuimen is: geschuimd.
    Gebruik je hebben of zijn bij schuimen?
    Bij schuimen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter