Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    afsluiten

    werkwoord | Taalniveau: A2

    een sessie of programma beëindigen door uit te loggen

    Voorbeeldzinnen met het woord afsluiten

    • "Vergeet niet af te sluiten als je de computer verlaat."
    • "Ze sloot haar account af na het gebruik."

    Synoniemen van afsluiten

    Idiomen

    • • de deur achter zich dichttrekken

    Vervoeging van afsluiten

    Ik (nu) ik sluit af
    Hij/zij (nu) hij sluit af
    Wij (nu) wij sluiten af
    Verleden tijd sloot af
    Voltooid deelw. afgesloten
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over afsluiten

    Wat betekent afsluiten?
    een sessie of programma beëindigen door uit te loggen
    Op welk taalniveau hoort afsluiten?
    Het woord afsluiten hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van afsluiten?
    Synoniemen van afsluiten zijn: uitloggen, beëindigen.
    Hoe vervoeg je afsluiten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je afsluiten als volgt: ik ik sluit af, hij/zij hij sluit af, wij wij sluiten af.
    Wat is de verleden tijd van afsluiten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van afsluiten is: sloot af.
    Wat is het voltooid deelwoord van afsluiten?
    Het voltooid deelwoord van afsluiten is: afgesloten.
    Gebruik je hebben of zijn bij afsluiten?
    Bij afsluiten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter