Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    uitloggen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    een sessie beëindigen door af te melden bij een systeem

    Voorbeeldzinnen met het woord uitloggen

    • "Vergeet niet uit te loggen als je klaar bent op een gedeelde computer."
    • "Ze logde uit voor ze haar laptop sloot."

    Synoniemen van uitloggen

    Idiomen

    • • ermee kappen

    Vervoeging van uitloggen

    Ik (nu) log uit
    Hij/zij (nu) logt uit
    Wij (nu) loggen uit
    Verleden tijd logde uit
    Voltooid deelw. uitgelogd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over uitloggen

    Wat betekent uitloggen?
    een sessie beëindigen door af te melden bij een systeem
    Op welk taalniveau hoort uitloggen?
    Het woord uitloggen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van uitloggen?
    Synoniemen van uitloggen zijn: afmelden, afsluiten.
    Hoe vervoeg je uitloggen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitloggen als volgt: ik log uit, hij/zij logt uit, wij loggen uit.
    Wat is de verleden tijd van uitloggen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van uitloggen is: logde uit.
    Wat is het voltooid deelwoord van uitloggen?
    Het voltooid deelwoord van uitloggen is: uitgelogd.
    Gebruik je hebben of zijn bij uitloggen?
    Bij uitloggen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter