Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    uitnodigen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    iemand verzoeken ergens aanwezig te zijn

    Voorbeeldzinnen met het woord uitnodigen

    • "Ze nodigde twintig gasten uit voor het feest."
    • "Hij werd uitgenodigd voor de bruiloft."

    Idiomen

    • • Met open armen uitnodigen

    Vervoeging van uitnodigen

    Ik (nu) ik nodig uit
    Hij/zij (nu) hij/zij nodigt uit
    Wij (nu) wij nodigen uit
    Verleden tijd nodigde uit
    Voltooid deelw. uitgenodigd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over uitnodigen

    Wat betekent uitnodigen?
    iemand verzoeken ergens aanwezig te zijn
    Op welk taalniveau hoort uitnodigen?
    Het woord uitnodigen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je uitnodigen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitnodigen als volgt: ik ik nodig uit, hij/zij hij/zij nodigt uit, wij wij nodigen uit.
    Wat is de verleden tijd van uitnodigen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van uitnodigen is: nodigde uit.
    Wat is het voltooid deelwoord van uitnodigen?
    Het voltooid deelwoord van uitnodigen is: uitgenodigd.
    Gebruik je hebben of zijn bij uitnodigen?
    Bij uitnodigen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter