Was dit nuttig?
uitnodigen
werkwoord | Taalniveau: B1
iemand verzoeken ergens aanwezig te zijn
Voorbeeldzinnen met het woord uitnodigen
- "Ze nodigde twintig gasten uit voor het feest."
- "Hij werd uitgenodigd voor de bruiloft."
Idiomen
- • Met open armen uitnodigen
Vervoeging van uitnodigen
| Ik (nu) | ik nodig uit |
| Hij/zij (nu) | hij/zij nodigt uit |
| Wij (nu) | wij nodigen uit |
| Verleden tijd | nodigde uit |
| Voltooid deelw. | uitgenodigd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over uitnodigen
- Wat betekent uitnodigen?
- iemand verzoeken ergens aanwezig te zijn
- Op welk taalniveau hoort uitnodigen?
- Het woord uitnodigen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je uitnodigen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitnodigen als volgt: ik ik nodig uit, hij/zij hij/zij nodigt uit, wij wij nodigen uit.
- Wat is de verleden tijd van uitnodigen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van uitnodigen is: nodigde uit.
- Wat is het voltooid deelwoord van uitnodigen?
- Het voltooid deelwoord van uitnodigen is: uitgenodigd.
- Gebruik je hebben of zijn bij uitnodigen?
- Bij uitnodigen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij uitnodigen
blaffen
werkwoord
vuurwerk afsteken
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
Gerelateerde taaltips
Schrijf je Pasen met een hoofdletter of kleine letter?
De juiste schrijfwijze van Pasen, paashaas en andere paaswoorden
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt