Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    uitpakken

    werkwoord | Taalniveau: A2

    cadeaupapier van een cadeau verwijderen

    Voorbeeldzinnen met het woord uitpakken

    • "De kinderen mochten hun cadeaus uitpakken."
    • "Ze pakte haar verjaardag cadeau voorzichtig uit."

    Idiomen

    • • groot uitpakken

    Vervoeging van uitpakken

    Ik (nu) ik pak uit
    Hij/zij (nu) hij/zij pakt uit
    Wij (nu) wij pakken uit
    Verleden tijd pakte uit
    Voltooid deelw. uitgepakt
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over uitpakken

    Wat betekent uitpakken?
    cadeaupapier van een cadeau verwijderen
    Op welk taalniveau hoort uitpakken?
    Het woord uitpakken hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je uitpakken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitpakken als volgt: ik ik pak uit, hij/zij hij/zij pakt uit, wij wij pakken uit.
    Wat is de verleden tijd van uitpakken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van uitpakken is: pakte uit.
    Wat is het voltooid deelwoord van uitpakken?
    Het voltooid deelwoord van uitpakken is: uitgepakt.
    Gebruik je hebben of zijn bij uitpakken?
    Bij uitpakken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter