Was dit nuttig?
uitpakken
werkwoord | Taalniveau: A2
cadeaupapier van een cadeau verwijderen
Voorbeeldzinnen met het woord uitpakken
- "De kinderen mochten hun cadeaus uitpakken."
- "Ze pakte haar verjaardag cadeau voorzichtig uit."
Idiomen
- • groot uitpakken
Vervoeging van uitpakken
| Ik (nu) | ik pak uit |
| Hij/zij (nu) | hij/zij pakt uit |
| Wij (nu) | wij pakken uit |
| Verleden tijd | pakte uit |
| Voltooid deelw. | uitgepakt |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over uitpakken
- Wat betekent uitpakken?
- cadeaupapier van een cadeau verwijderen
- Op welk taalniveau hoort uitpakken?
- Het woord uitpakken hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je uitpakken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitpakken als volgt: ik ik pak uit, hij/zij hij/zij pakt uit, wij wij pakken uit.
- Wat is de verleden tijd van uitpakken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van uitpakken is: pakte uit.
- Wat is het voltooid deelwoord van uitpakken?
- Het voltooid deelwoord van uitpakken is: uitgepakt.
- Gebruik je hebben of zijn bij uitpakken?
- Bij uitpakken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij uitpakken
blaffen
werkwoord
vuurwerk afsteken
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
Gerelateerde taaltips
Schrijf je Pasen met een hoofdletter of kleine letter?
De juiste schrijfwijze van Pasen, paashaas en andere paaswoorden
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.