Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    dezomertijd

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    de periode in de zomer waarin de klokken een uur vooruit worden gezet

    Voorbeeldzinnen met het woord zomertijd

    • "Bij het ingaan van de zomertijd slapen mensen een uur korter."
    • "In Nederland begint de zomertijd op de laatste zondag van maart."

    Synoniemen van zomertijd

    Veelgestelde vragen over zomertijd

    Wat betekent zomertijd?
    de periode in de zomer waarin de klokken een uur vooruit worden gezet
    Op welk taalniveau hoort zomertijd?
    Het woord zomertijd hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van zomertijd?
    Synoniemen van zomertijd zijn: zomeruur, daylight saving time.
    Is zomertijd een de-woord of het-woord?
    Zomertijd is een de-woord: de zomertijd.

    Delen

    Bladeren op letter