Was dit nuttig?
dezomertijd
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
de periode in de zomer waarin de klokken een uur vooruit worden gezet
Voorbeeldzinnen met het woord zomertijd
- "Bij het ingaan van de zomertijd slapen mensen een uur korter."
- "In Nederland begint de zomertijd op de laatste zondag van maart."
Synoniemen van zomertijd
Veelgestelde vragen over zomertijd
- Wat betekent zomertijd?
- de periode in de zomer waarin de klokken een uur vooruit worden gezet
- Op welk taalniveau hoort zomertijd?
- Het woord zomertijd hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van zomertijd?
- Synoniemen van zomertijd zijn: zomeruur, daylight saving time.
- Is zomertijd een de-woord of het-woord?
- Zomertijd is een de-woord: de zomertijd.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij zomertijd
deweek
zelfstandig naamwoord
Een periode van zeven opeenvolgende dagen
defebruari
zelfstandig naamwoord
De tweede maand van het jaar; de kortste maand
demaand
zelfstandig naamwoord
Een periode van ongeveer vier weken; het jaar is verdeeld in…
hetdecennium
zelfstandig naamwoord
een periode van tien jaar
deeeuw
zelfstandig naamwoord
een periode van honderd jaar
hetmillennium
zelfstandig naamwoord
een periode van duizend jaar; ook de overgang van een dergel…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje