Was dit nuttig?
deweek
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
Een periode van zeven opeenvolgende dagen
Voorbeeldzinnen met het woord week
- "Er zijn zeven dagen in een week."
- "Ik zie je volgende week."
- "Ze werkt veertig uur per week."
Synoniemen van week
Idiomen
- • De week van je leven
- • Aan de lopende band
Veelgestelde vragen over week
- Wat betekent week?
- Een periode van zeven opeenvolgende dagen
- Op welk taalniveau hoort week?
- Het woord week hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van week?
- Synoniemen van week zijn: zeven dagen, werkweek.
- Is week een de-woord of het-woord?
- Week is een de-woord: de week.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij week
defebruari
zelfstandig naamwoord
De tweede maand van het jaar; de kortste maand
demaand
zelfstandig naamwoord
Een periode van ongeveer vier weken; het jaar is verdeeld in…
hetdecennium
zelfstandig naamwoord
een periode van tien jaar
deeeuw
zelfstandig naamwoord
een periode van honderd jaar
hetmillennium
zelfstandig naamwoord
een periode van duizend jaar; ook de overgang van een dergel…
denieuwjaarsdag
zelfstandig naamwoord
de eerste dag van het nieuwe jaar, op 1 januari