Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    deweekdag

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1

    een dag van de week, met name maandag tot en met vrijdag, als onderscheid van het weekend

    Voorbeeldzinnen met het woord weekdag

    • "Op weekdagen is het openbaar vervoer drukker dan in het weekend."
    • "Het postkantoor is alleen op weekdagen geopend."

    Synoniemen van weekdag

    Idiomen

    • • op een doordeweekse dag — op een gewone werkdag

    Veelgestelde vragen over weekdag

    Wat betekent weekdag?
    een dag van de week, met name maandag tot en met vrijdag, als onderscheid van het weekend
    Op welk taalniveau hoort weekdag?
    Het woord weekdag hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van weekdag?
    Synoniemen van weekdag zijn: werkdag, doordeweekse dag.
    Is weekdag een de-woord of het-woord?
    Weekdag is een de-woord: de weekdag.

    Delen

    Bladeren op letter