Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    wijken

    werkwoord | Taalniveau: B2

    opzij gaan of terugtrekken; ook: geleidelijk verdwijnen

    Voorbeeldzinnen met het woord wijken

    • "Ze week opzij om hem te laten passeren."
    • "De pijn weekte langzaam na het nemen van medicijnen."

    Synoniemen van wijken

    Idiomen

    • • Geen centimeter wijken
    • • Voor niemand wijken

    Vervoeging van wijken

    Ik (nu) ik wijk
    Hij/zij (nu) hij wijkt
    Wij (nu) wij wijken
    Verleden tijd week
    Voltooid deelw. geweken
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over wijken

    Wat betekent wijken?
    opzij gaan of terugtrekken; ook: geleidelijk verdwijnen
    Op welk taalniveau hoort wijken?
    Het woord wijken hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van wijken?
    Synoniemen van wijken zijn: opzijgaan, terugwijken, verdwijnen.
    Hoe vervoeg je wijken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je wijken als volgt: ik ik wijk, hij/zij hij wijkt, wij wij wijken.
    Wat is de verleden tijd van wijken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van wijken is: week.
    Wat is het voltooid deelwoord van wijken?
    Het voltooid deelwoord van wijken is: geweken.
    Gebruik je hebben of zijn bij wijken?
    Bij wijken gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter