Was dit nuttig?
dewijkverpleegkundige
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
verpleegkundige die thuiszorg verleent in een wijk
Voorbeeldzinnen met het woord wijkverpleegkundige
- "De wijkverpleegkundige bezoekt haar elke ochtend."
- "De wijkverpleegkundige controleert de medicatie."
Synoniemen van wijkverpleegkundige
Veelgestelde vragen over wijkverpleegkundige
- Wat betekent wijkverpleegkundige?
- verpleegkundige die thuiszorg verleent in een wijk
- Op welk taalniveau hoort wijkverpleegkundige?
- Het woord wijkverpleegkundige hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van wijkverpleegkundige?
- Synoniemen van wijkverpleegkundige zijn: thuisverpleegster.
- Is wijkverpleegkundige een de-woord of het-woord?
- Wijkverpleegkundige is een de-woord: de wijkverpleegkundige.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij wijkverpleegkundige
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje