Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    vastmaken

    werkwoord | Taalniveau: A2

    iets bevestigen of sluiten

    Voorbeeldzinnen met het woord vastmaken

    • "Maak je riem vast voordat je in de auto stapt."
    • "Hij maakte de tent vast aan de grond."

    Synoniemen van vastmaken

    Idiomen

    • • goed vastmaken
    • • stevig vastmaken

    Vervoeging van vastmaken

    Ik (nu) maak vast
    Hij/zij (nu) maakt vast
    Wij (nu) maken vast
    Verleden tijd maakte vast
    Voltooid deelw. vastgemaakt
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over vastmaken

    Wat betekent vastmaken?
    iets bevestigen of sluiten
    Op welk taalniveau hoort vastmaken?
    Het woord vastmaken hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van vastmaken?
    Synoniemen van vastmaken zijn: bevestigen, vastzetten, dichtmaken.
    Hoe vervoeg je vastmaken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je vastmaken als volgt: ik maak vast, hij/zij maakt vast, wij maken vast.
    Wat is de verleden tijd van vastmaken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van vastmaken is: maakte vast.
    Wat is het voltooid deelwoord van vastmaken?
    Het voltooid deelwoord van vastmaken is: vastgemaakt.
    Gebruik je hebben of zijn bij vastmaken?
    Bij vastmaken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter