Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    vastleggen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    iets schriftelijk, digitaal of anderszins registreren zodat het bewaard blijft; ook: iets officieel afspreken of reserveren

    Voorbeeldzinnen met het woord vastleggen

    • "Ze legde de afspraken vast in een notitie na het overleg."
    • "Alle vergaderpunten worden vastgelegd in een officieel verslag."

    Synoniemen van vastleggen

    Idiomen

    • • contractueel vastleggen
    • • officieel vastleggen

    Vervoeging van vastleggen

    Ik (nu) leg vast
    Hij/zij (nu) legt vast
    Wij (nu) leggen vast
    Verleden tijd legde vast
    Voltooid deelw. vastgelegd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over vastleggen

    Wat betekent vastleggen?
    iets schriftelijk, digitaal of anderszins registreren zodat het bewaard blijft; ook: iets officieel afspreken of reserveren
    Op welk taalniveau hoort vastleggen?
    Het woord vastleggen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van vastleggen?
    Synoniemen van vastleggen zijn: noteren, documenteren, registreren.
    Hoe vervoeg je vastleggen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je vastleggen als volgt: ik leg vast, hij/zij legt vast, wij leggen vast.
    Wat is de verleden tijd van vastleggen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van vastleggen is: legde vast.
    Wat is het voltooid deelwoord van vastleggen?
    Het voltooid deelwoord van vastleggen is: vastgelegd.
    Gebruik je hebben of zijn bij vastleggen?
    Bij vastleggen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter