Was dit nuttig?
vastleggen
werkwoord | Taalniveau: B1
iets schriftelijk, digitaal of anderszins registreren zodat het bewaard blijft; ook: iets officieel afspreken of reserveren
Voorbeeldzinnen met het woord vastleggen
- "Ze legde de afspraken vast in een notitie na het overleg."
- "Alle vergaderpunten worden vastgelegd in een officieel verslag."
Synoniemen van vastleggen
Idiomen
- • contractueel vastleggen
- • officieel vastleggen
Vervoeging van vastleggen
| Ik (nu) | leg vast |
| Hij/zij (nu) | legt vast |
| Wij (nu) | leggen vast |
| Verleden tijd | legde vast |
| Voltooid deelw. | vastgelegd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over vastleggen
- Wat betekent vastleggen?
- iets schriftelijk, digitaal of anderszins registreren zodat het bewaard blijft; ook: iets officieel afspreken of reserveren
- Op welk taalniveau hoort vastleggen?
- Het woord vastleggen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van vastleggen?
- Synoniemen van vastleggen zijn: noteren, documenteren, registreren.
- Hoe vervoeg je vastleggen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je vastleggen als volgt: ik leg vast, hij/zij legt vast, wij leggen vast.
- Wat is de verleden tijd van vastleggen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van vastleggen is: legde vast.
- Wat is het voltooid deelwoord van vastleggen?
- Het voltooid deelwoord van vastleggen is: vastgelegd.
- Gebruik je hebben of zijn bij vastleggen?
- Bij vastleggen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij vastleggen
decollega
zelfstandig naamwoord
iemand waarmee je samenwerkt op hetzelfde werk of in dezelfd…
hetambacht
zelfstandig naamwoord
een beroep waarbij men met de handen vakkundig producten maa…
deverpleegster
zelfstandig naamwoord
vrouwelijke zorgverlener in een ziekenhuis
dekok
zelfstandig naamwoord
iemand die professioneel eten bereidt in een restaurant of k…
demedewerker
zelfstandig naamwoord
iemand die ergens werkt en deel uitmaakt van een team of org…
deassistent
zelfstandig naamwoord
iemand die een andere persoon helpt bij zijn werk
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje