Was dit nuttig?
uitbreken
werkwoord | Taalniveau: B1
plotseling beginnen (vooral van onweer); losbreken
Voorbeeldzinnen met het woord uitbreken
- "Een hevige storm brak uit boven de stad."
- "Er brak onweer uit zonder waarschuwing."
Idiomen
- • er is brand uitgebroken
- • een storm is uitgebroken
Vervoeging van uitbreken
| Ik (nu) | ik breek uit |
| Hij/zij (nu) | hij breekt uit |
| Wij (nu) | wij breken uit |
| Verleden tijd | het brak uit |
| Voltooid deelw. | uitgebroken |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over uitbreken
- Wat betekent uitbreken?
- plotseling beginnen (vooral van onweer); losbreken
- Op welk taalniveau hoort uitbreken?
- Het woord uitbreken hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je uitbreken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitbreken als volgt: ik ik breek uit, hij/zij hij breekt uit, wij wij breken uit.
- Wat is de verleden tijd van uitbreken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van uitbreken is: het brak uit.
- Wat is het voltooid deelwoord van uitbreken?
- Het voltooid deelwoord van uitbreken is: uitgebroken.
- Gebruik je hebben of zijn bij uitbreken?
- Bij uitbreken gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij uitbreken
sneeuwen
werkwoord
Het vallen van sneeuw uit de lucht
warm
bijvoeglijk naamwoord
Met een hoge temperatuur; het tegenovergestelde van koud
dewolk
zelfstandig naamwoord
Massa van waterdruppeltjes of ijskristallen die in de lucht …
zonnig
bijvoeglijk naamwoord
met veel zon, helder weer
hetonweer
zelfstandig naamwoord
Hevig weer met bliksem en donder, vaak met hevige regen
dedooi
zelfstandig naamwoord
het smelten van ijs en sneeuw
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje