Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    uitchecken

    werkwoord | Taalniveau: A2

    een verblijf of rit officieel beëindigen door af te melden

    Voorbeeldzinnen met het woord uitchecken

    • "Ze checkt uit bij het hotel na het ontbijt."
    • "Vergeet niet uit te checken met je OV-chipkaart."

    Synoniemen van uitchecken

    Idiomen

    • • afrekenen

    Vervoeging van uitchecken

    Ik (nu) ik check uit
    Hij/zij (nu) hij/zij checkt uit
    Wij (nu) wij checken uit
    Verleden tijd checkte uit
    Voltooid deelw. uitgecheckt
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over uitchecken

    Wat betekent uitchecken?
    een verblijf of rit officieel beëindigen door af te melden
    Op welk taalniveau hoort uitchecken?
    Het woord uitchecken hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van uitchecken?
    Synoniemen van uitchecken zijn: vertrekken, afmelden.
    Hoe vervoeg je uitchecken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitchecken als volgt: ik ik check uit, hij/zij hij/zij checkt uit, wij wij checken uit.
    Wat is de verleden tijd van uitchecken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van uitchecken is: checkte uit.
    Wat is het voltooid deelwoord van uitchecken?
    Het voltooid deelwoord van uitchecken is: uitgecheckt.
    Gebruik je hebben of zijn bij uitchecken?
    Bij uitchecken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter