Was dit nuttig?
uitchecken
werkwoord | Taalniveau: A2
een verblijf of rit officieel beëindigen door af te melden
Voorbeeldzinnen met het woord uitchecken
- "Ze checkt uit bij het hotel na het ontbijt."
- "Vergeet niet uit te checken met je OV-chipkaart."
Synoniemen van uitchecken
Idiomen
- • afrekenen
Vervoeging van uitchecken
| Ik (nu) | ik check uit |
| Hij/zij (nu) | hij/zij checkt uit |
| Wij (nu) | wij checken uit |
| Verleden tijd | checkte uit |
| Voltooid deelw. | uitgecheckt |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over uitchecken
- Wat betekent uitchecken?
- een verblijf of rit officieel beëindigen door af te melden
- Op welk taalniveau hoort uitchecken?
- Het woord uitchecken hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van uitchecken?
- Synoniemen van uitchecken zijn: vertrekken, afmelden.
- Hoe vervoeg je uitchecken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitchecken als volgt: ik ik check uit, hij/zij hij/zij checkt uit, wij wij checken uit.
- Wat is de verleden tijd van uitchecken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van uitchecken is: checkte uit.
- Wat is het voltooid deelwoord van uitchecken?
- Het voltooid deelwoord van uitchecken is: uitgecheckt.
- Gebruik je hebben of zijn bij uitchecken?
- Bij uitchecken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij uitchecken
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
stipt
bijvoeglijk naamwoord
precies op tijd, zonder vertraging
vol
bijvoeglijk naamwoord
met geen vrije plaatsen meer, volledig bezet
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
druk
bijvoeglijk naamwoord
met veel verkeer of mensen aanwezig
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen