Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    timmeren

    werkwoord | Taalniveau: B1

    bouwen of kloppen met hout en een hamer

    Voorbeeldzinnen met het woord timmeren

    • "Hij timmerde een nieuwe kast."
    • "Ze timmerden een boomhut voor de kinderen."

    Synoniemen van timmeren

    Idiomen

    • • aan de weg timmeren

    Vervoeging van timmeren

    Ik (nu) timmer
    Hij/zij (nu) timmert
    Wij (nu) timmeren
    Verleden tijd timmerde
    Voltooid deelw. getimmerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over timmeren

    Wat betekent timmeren?
    bouwen of kloppen met hout en een hamer
    Op welk taalniveau hoort timmeren?
    Het woord timmeren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van timmeren?
    Synoniemen van timmeren zijn: bouwen, klussen.
    Hoe vervoeg je timmeren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je timmeren als volgt: ik timmer, hij/zij timmert, wij timmeren.
    Wat is de verleden tijd van timmeren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van timmeren is: timmerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van timmeren?
    Het voltooid deelwoord van timmeren is: getimmerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij timmeren?
    Bij timmeren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter