Was dit nuttig?
deteller
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1 | Verkleinwoord: het telletje
het getal boven de breukstreep dat aangeeft hoeveel delen er worden genomen
Voorbeeldzinnen met het woord teller
- "De teller van de breuk 3/4 is 3."
- "Bij het optellen van breuken moeten de tellers bij elkaar worden opgeteld."
Idiomen
- • de teller staat op nul (er is nog niets bereikt; alles begint opnieuw)
Veelgestelde vragen over teller
- Wat betekent teller?
- het getal boven de breukstreep dat aangeeft hoeveel delen er worden genomen
- Op welk taalniveau hoort teller?
- Het woord teller hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van teller?
- Synoniemen van teller zijn: noemer, numerator.
- Is teller een de-woord of het-woord?
- Teller is een de-woord: de teller.
- Wat is het verkleinwoord van teller?
- Het verkleinwoord van teller is: het telletje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij teller
hetcijfer
zelfstandig naamwoord
Een symbool dat een getal weergeeft (0-9); ook een schoolbeo…
hetgetal
zelfstandig naamwoord
Een wiskundige grootheid die aangeeft hoeveel iets is
denoemer
zelfstandig naamwoord
het getal onder de breukstreep dat het totale aantal gelijke…
dedeler
zelfstandig naamwoord
getal waardoor een ander getal gedeeld wordt of deelbaar is
twee
telwoord
Het getal 2; een paar
elf
telwoord
Het getal 11; één meer dan tien
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje