Was dit nuttig?
denoemer
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1 | Verkleinwoord: het noemerje
het getal onder de breukstreep dat het totale aantal gelijke delen aangeeft
Voorbeeldzinnen met het woord noemer
- "Om breuken op te tellen moet je eerst de noemer gelijkmaken."
- "De noemer van 1/5 is vijf."
Synoniemen van noemer
Idiomen
- • iets onder een gemeenschappelijke noemer brengen (dingen samenvatten onder een gedeeld concept)
Veelgestelde vragen over noemer
- Wat betekent noemer?
- het getal onder de breukstreep dat het totale aantal gelijke delen aangeeft
- Op welk taalniveau hoort noemer?
- Het woord noemer hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van noemer?
- Synoniemen van noemer zijn: teller, denominator.
- Is noemer een de-woord of het-woord?
- Noemer is een de-woord: de noemer.
- Wat is het verkleinwoord van noemer?
- Het verkleinwoord van noemer is: het noemerje.