Was dit nuttig?
hetcijfer
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het cijfertje
Een symbool dat een getal weergeeft (0-9); ook een schoolbeoordeling
Voorbeeldzinnen met het woord cijfer
- "Het cijfer 7 staat op de deur."
- "Ze heeft een hoog cijfer gehaald voor wiskunde."
- "Schrijf het cijfer op het bord."
Idiomen
- • Een goed cijfer halen
Veelgestelde vragen over cijfer
- Wat betekent cijfer?
- Een symbool dat een getal weergeeft (0-9); ook een schoolbeoordeling
- Op welk taalniveau hoort cijfer?
- Het woord cijfer hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van cijfer?
- Synoniemen van cijfer zijn: getal, nummer.
- Is cijfer een de-woord of het-woord?
- Cijfer is een het-woord: het cijfer.
- Wat is het verkleinwoord van cijfer?
- Het verkleinwoord van cijfer is: het het cijfertje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij cijfer
hetgetal
zelfstandig naamwoord
Een wiskundige grootheid die aangeeft hoeveel iets is
denoemer
zelfstandig naamwoord
het getal onder de breukstreep dat het totale aantal gelijke…
dedeler
zelfstandig naamwoord
getal waardoor een ander getal gedeeld wordt of deelbaar is
hetkwadraat
zelfstandig naamwoord
het product van een getal met zichzelf; een macht met expone…
elf
telwoord
Het getal 11; één meer dan tien
twee
telwoord
Het getal 2; een paar