Was dit nuttig?
noemen
werkwoord | Taalniveau: A1
iets of iemand een naam geven of aanduiden
Voorbeeldzinnen met het woord noemen
- "Hoe noemen jullie dit in het Nederlands?"
- "Ze noemde haar kat Poes."
Idiomen
- • Bij naam noemen
- • Noem maar op
Vervoeging van noemen
| Ik (nu) | noem |
| Hij/zij (nu) | noemt |
| Wij (nu) | noemen |
| Verleden tijd | noemde |
| Voltooid deelw. | genoemd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over noemen
- Wat betekent noemen?
- iets of iemand een naam geven of aanduiden
- Op welk taalniveau hoort noemen?
- Het woord noemen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van noemen?
- Synoniemen van noemen zijn: heten, benoemen, aanduiden.
- Hoe vervoeg je noemen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je noemen als volgt: ik noem, hij/zij noemt, wij noemen.
- Wat is de verleden tijd van noemen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van noemen is: noemde.
- Wat is het voltooid deelwoord van noemen?
- Het voltooid deelwoord van noemen is: genoemd.
- Gebruik je hebben of zijn bij noemen?
- Bij noemen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Gerelateerde woorden bij noemen
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders