Was dit nuttig?
benoemen
werkwoord | Taalniveau: B2
een naam of term geven aan iets; ook: iemand officieel in een functie aanstellen
Voorbeeldzinnen met het woord benoemen
- "Ze benoemde de kern van het probleem precies."
- "Hij werd benoemd tot manager van de afdeling."
Synoniemen van benoemen
Vervoeging van benoemen
| Ik (nu) | ik benoem |
| Hij/zij (nu) | hij benoemt |
| Wij (nu) | wij benoemen |
| Verleden tijd | benoemde |
| Voltooid deelw. | benoemd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over benoemen
- Wat betekent benoemen?
- een naam of term geven aan iets; ook: iemand officieel in een functie aanstellen
- Op welk taalniveau hoort benoemen?
- Het woord benoemen hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van benoemen?
- Synoniemen van benoemen zijn: aanduiden, benoemen, aanstellen.
- Hoe vervoeg je benoemen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je benoemen als volgt: ik ik benoem, hij/zij hij benoemt, wij wij benoemen.
- Wat is de verleden tijd van benoemen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van benoemen is: benoemde.
- Wat is het voltooid deelwoord van benoemen?
- Het voltooid deelwoord van benoemen is: benoemd.
- Gebruik je hebben of zijn bij benoemen?
- Bij benoemen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij benoemen
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen