Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    tellen

    werkwoord | Taalniveau: A1

    nagaan hoeveel iets zijn door een voor een te noemen of op te schrijven

    Voorbeeldzinnen met het woord tellen

    • "Tel de appels op tafel."
    • "Kun jij tot tien tellen?"

    Synoniemen van tellen

    Idiomen

    • • elke seconde telt
    • • mee tellen in de maatschappij

    Vervoeging van tellen

    Ik (nu) ik tel
    Hij/zij (nu) hij telt
    Wij (nu) wij tellen
    Verleden tijd telde
    Voltooid deelw. geteld
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over tellen

    Wat betekent tellen?
    nagaan hoeveel iets zijn door een voor een te noemen of op te schrijven
    Op welk taalniveau hoort tellen?
    Het woord tellen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van tellen?
    Synoniemen van tellen zijn: optellen.
    Hoe vervoeg je tellen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je tellen als volgt: ik ik tel, hij/zij hij telt, wij wij tellen.
    Wat is de verleden tijd van tellen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van tellen is: telde.
    Wat is het voltooid deelwoord van tellen?
    Het voltooid deelwoord van tellen is: geteld.
    Gebruik je hebben of zijn bij tellen?
    Bij tellen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter