Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    optellen

    werkwoord | Taalniveau: A1

    getallen bij elkaar voegen om de som te berekenen

    Voorbeeldzinnen met het woord optellen

    • "Tel drie en vier op: zeven."
    • "Kun jij deze getallen optellen?"

    Synoniemen van optellen

    Idiomen

    • • bij elkaar optellen
    • • de som opmaken

    Vervoeging van optellen

    Ik (nu) ik tel op
    Hij/zij (nu) hij telt op
    Wij (nu) wij tellen op
    Verleden tijd telde op
    Voltooid deelw. opgeteld
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over optellen

    Wat betekent optellen?
    getallen bij elkaar voegen om de som te berekenen
    Op welk taalniveau hoort optellen?
    Het woord optellen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van optellen?
    Synoniemen van optellen zijn: plus, samentellen.
    Hoe vervoeg je optellen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je optellen als volgt: ik ik tel op, hij/zij hij telt op, wij wij tellen op.
    Wat is de verleden tijd van optellen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van optellen is: telde op.
    Wat is het voltooid deelwoord van optellen?
    Het voltooid deelwoord van optellen is: opgeteld.
    Gebruik je hebben of zijn bij optellen?
    Bij optellen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter