Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    opstijgen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    omhoog gaan, van vloeistof naar gas overgaan

    Voorbeeldzinnen met het woord opstijgen

    • "Waterdamp stijgt op uit de vochtige grond."
    • "Bij hoge temperaturen stijgt vocht snel op uit plassen."

    Synoniemen van opstijgen

    Idiomen

    • • als een raket opstijgen
    • • hoog opstijgen

    Vervoeging van opstijgen

    Ik (nu) ik stijg op
    Hij/zij (nu) hij stijgt op
    Wij (nu) wij stijgen op
    Verleden tijd steeg op
    Voltooid deelw. opgestegen
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over opstijgen

    Wat betekent opstijgen?
    omhoog gaan, van vloeistof naar gas overgaan
    Op welk taalniveau hoort opstijgen?
    Het woord opstijgen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van opstijgen?
    Synoniemen van opstijgen zijn: verdampen, evaporeren.
    Hoe vervoeg je opstijgen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je opstijgen als volgt: ik ik stijg op, hij/zij hij stijgt op, wij wij stijgen op.
    Wat is de verleden tijd van opstijgen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van opstijgen is: steeg op.
    Wat is het voltooid deelwoord van opstijgen?
    Het voltooid deelwoord van opstijgen is: opgestegen.
    Gebruik je hebben of zijn bij opstijgen?
    Bij opstijgen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter