Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    opstarten

    werkwoord | Taalniveau: A2

    beginnen met iets; ook een computer aanzetten

    Voorbeeldzinnen met het woord opstarten

    • "Kun je de computer opstarten?"
    • "Ze startten het project op in januari."

    Synoniemen van opstarten

    Idiomen

    • • de computer opstarten
    • • van nul opstarten

    Vervoeging van opstarten

    Ik (nu) start op
    Hij/zij (nu) start op
    Wij (nu) starten op
    Verleden tijd startte op
    Voltooid deelw. opgestart
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over opstarten

    Wat betekent opstarten?
    beginnen met iets; ook een computer aanzetten
    Op welk taalniveau hoort opstarten?
    Het woord opstarten hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van opstarten?
    Synoniemen van opstarten zijn: starten, beginnen, aanzetten.
    Hoe vervoeg je opstarten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je opstarten als volgt: ik start op, hij/zij start op, wij starten op.
    Wat is de verleden tijd van opstarten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van opstarten is: startte op.
    Wat is het voltooid deelwoord van opstarten?
    Het voltooid deelwoord van opstarten is: opgestart.
    Gebruik je hebben of zijn bij opstarten?
    Bij opstarten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter