Was dit nuttig?
opstappen
werkwoord | Taalniveau: A1
in een voertuig stappen
Voorbeeldzinnen met het woord opstappen
- "Ze stapt op bij de tramhalte."
- "Ze stapt op zijn fiets achterop."
Idiomen
- • Zijn biezen pakken en opstappen
- • Het is tijd om op te stappen
Vervoeging van opstappen
| Ik (nu) | ik stap op |
| Hij/zij (nu) | hij/zij stapt op |
| Wij (nu) | wij stappen op |
| Verleden tijd | stapte op |
| Voltooid deelw. | opgestapt |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over opstappen
- Wat betekent opstappen?
- in een voertuig stappen
- Op welk taalniveau hoort opstappen?
- Het woord opstappen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van opstappen?
- Synoniemen van opstappen zijn: instappen, instijgen.
- Hoe vervoeg je opstappen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je opstappen als volgt: ik ik stap op, hij/zij hij/zij stapt op, wij wij stappen op.
- Wat is de verleden tijd van opstappen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van opstappen is: stapte op.
- Wat is het voltooid deelwoord van opstappen?
- Het voltooid deelwoord van opstappen is: opgestapt.
- Gebruik je hebben of zijn bij opstappen?
- Bij opstappen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij opstappen
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
stipt
bijvoeglijk naamwoord
precies op tijd, zonder vertraging
vol
bijvoeglijk naamwoord
met geen vrije plaatsen meer, volledig bezet
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
druk
bijvoeglijk naamwoord
met veel verkeer of mensen aanwezig