Was dit nuttig?
instijgen
werkwoord | Taalniveau: A1
in een voertuig stijgen, opstappen
Voorbeeldzinnen met het woord instijgen
- "Hij steeg in de tram in bij het Centraal Station."
- "Instijgen graag, de deuren sluiten over dertig seconden."
Idiomen
- • Op de rijdende trein springen.
- • Ergens in stappen zonder te weten wat er komen gaat.
Vervoeging van instijgen
| Ik (nu) | ik stijg in |
| Hij/zij (nu) | hij stijgt in |
| Wij (nu) | wij stijgen in |
| Verleden tijd | steeg in |
| Voltooid deelw. | ingestegen |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over instijgen
- Wat betekent instijgen?
- in een voertuig stijgen, opstappen
- Op welk taalniveau hoort instijgen?
- Het woord instijgen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van instijgen?
- Synoniemen van instijgen zijn: opstappen, instappen.
- Hoe vervoeg je instijgen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je instijgen als volgt: ik ik stijg in, hij/zij hij stijgt in, wij wij stijgen in.
- Wat is de verleden tijd van instijgen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van instijgen is: steeg in.
- Wat is het voltooid deelwoord van instijgen?
- Het voltooid deelwoord van instijgen is: ingestegen.
- Gebruik je hebben of zijn bij instijgen?
- Bij instijgen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij instijgen
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
stipt
bijvoeglijk naamwoord
precies op tijd, zonder vertraging
vol
bijvoeglijk naamwoord
met geen vrije plaatsen meer, volledig bezet
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
druk
bijvoeglijk naamwoord
met veel verkeer of mensen aanwezig