Was dit nuttig?
strijden
werkwoord | Taalniveau: B1
een gevecht of wedstrijd leveren voor een doel
Voorbeeldzinnen met het woord strijden
- "Ze streed voor gelijke rechten."
- "De teams streden om de kampioenstitel."
Synoniemen van strijden
Idiomen
- • strijden als een leeuw
- • voor een verloren zaak strijden
Vervoeging van strijden
| Ik (nu) | ik strijd |
| Hij/zij (nu) | hij strijdt |
| Wij (nu) | wij strijden |
| Verleden tijd | streed |
| Voltooid deelw. | gestreden |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over strijden
- Wat betekent strijden?
- een gevecht of wedstrijd leveren voor een doel
- Op welk taalniveau hoort strijden?
- Het woord strijden hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van strijden?
- Synoniemen van strijden zijn: vechten, kampen, concurreren.
- Hoe vervoeg je strijden in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je strijden als volgt: ik ik strijd, hij/zij hij strijdt, wij wij strijden.
- Wat is de verleden tijd van strijden?
- De verleden tijd (enkelvoud) van strijden is: streed.
- Wat is het voltooid deelwoord van strijden?
- Het voltooid deelwoord van strijden is: gestreden.
- Gebruik je hebben of zijn bij strijden?
- Bij strijden gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij strijden
kamperen
werkwoord
buiten overnachten in een tent of camper
hardlopen
werkwoord
snel lopen als sport of training
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje