Was dit nuttig?
concurreren
werkwoord | Taalniveau: B1
strijden om te winnen of beter te zijn
Voorbeeldzinnen met het woord concurreren
- "Ze concurreerde met de beste lopers van haar generatie."
- "Hij concurreerde voor een plek in het nationale team."
Synoniemen van concurreren
Idiomen
- • scherp concurreren
- • op prijs concurreren
Vervoeging van concurreren
| Ik (nu) | ik concurreer |
| Hij/zij (nu) | hij concurreert |
| Wij (nu) | wij concurreren |
| Verleden tijd | concurreerde |
| Voltooid deelw. | geconcurreerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over concurreren
- Wat betekent concurreren?
- strijden om te winnen of beter te zijn
- Op welk taalniveau hoort concurreren?
- Het woord concurreren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van concurreren?
- Synoniemen van concurreren zijn: wedijveren, rivaliseren.
- Hoe vervoeg je concurreren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je concurreren als volgt: ik ik concurreer, hij/zij hij concurreert, wij wij concurreren.
- Wat is de verleden tijd van concurreren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van concurreren is: concurreerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van concurreren?
- Het voltooid deelwoord van concurreren is: geconcurreerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij concurreren?
- Bij concurreren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij concurreren
kamperen
werkwoord
buiten overnachten in een tent of camper
hardlopen
werkwoord
snel lopen als sport of training
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje