Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    stoten

    werkwoord | Taalniveau: A2

    ergens hard tegenaan botsen of duwen

    Voorbeeldzinnen met het woord stoten

    • "Hij stootte zijn hoofd aan de deurpost."
    • "Ze stootte per ongeluk haar arm."

    Synoniemen van stoten

    Idiomen

    • • zijn hoofd stoten

    Vervoeging van stoten

    Ik (nu) ik stoot
    Hij/zij (nu) hij stoot
    Wij (nu) wij stoten
    Verleden tijd stootte
    Voltooid deelw. gestoten
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over stoten

    Wat betekent stoten?
    ergens hard tegenaan botsen of duwen
    Op welk taalniveau hoort stoten?
    Het woord stoten hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van stoten?
    Synoniemen van stoten zijn: botsen, duwen, slaan tegen.
    Hoe vervoeg je stoten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je stoten als volgt: ik ik stoot, hij/zij hij stoot, wij wij stoten.
    Wat is de verleden tijd van stoten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van stoten is: stootte.
    Wat is het voltooid deelwoord van stoten?
    Het voltooid deelwoord van stoten is: gestoten.
    Gebruik je hebben of zijn bij stoten?
    Bij stoten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter