Was dit nuttig?
stotteren
werkwoord | Taalniveau: B1
onvrijwillige herhalingen of verlengingen van klanken of lettergrepen produceren bij het spreken
Voorbeeldzinnen met het woord stotteren
- "Hij stottert als hij zenuwachtig is, maar vloeiend spreekt als hij ontspannen is."
- "Met spraaktherapie kunnen stotterende kinderen hun vloeiendheid sterk verbeteren."
Idiomen
- • Stotterend op gang komen
Vervoeging van stotteren
| Ik (nu) | stotter |
| Hij/zij (nu) | stottert |
| Wij (nu) | stotteren |
| Verleden tijd | stotterde |
| Voltooid deelw. | gestotterd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over stotteren
- Wat betekent stotteren?
- onvrijwillige herhalingen of verlengingen van klanken of lettergrepen produceren bij het spreken
- Op welk taalniveau hoort stotteren?
- Het woord stotteren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van stotteren?
- Synoniemen van stotteren zijn: hakken, hakkelen, stamelen.
- Hoe vervoeg je stotteren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je stotteren als volgt: ik stotter, hij/zij stottert, wij stotteren.
- Wat is de verleden tijd van stotteren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van stotteren is: stotterde.
- Wat is het voltooid deelwoord van stotteren?
- Het voltooid deelwoord van stotteren is: gestotterd.
- Gebruik je hebben of zijn bij stotteren?
- Bij stotteren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".