Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    overtuigen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    iemand ertoe brengen iets te geloven of te doen door argumenten of bewijs

    Voorbeeldzinnen met het woord overtuigen

    • "Hij probeerde zijn teamgenoten te overtuigen van zijn plan."
    • "Ze wist de jury te overtuigen met een indrukwekkende presentatie."

    Synoniemen van overtuigen

    Idiomen

    • • iemand over de streep trekken (iemand definitief overtuigen iets te doen of te kiezen)

    Vervoeging van overtuigen

    Ik (nu) ik overtuig
    Hij/zij (nu) hij overtuigt
    Wij (nu) wij overtuigen
    Verleden tijd overtuigde
    Voltooid deelw. overtuigd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over overtuigen

    Wat betekent overtuigen?
    iemand ertoe brengen iets te geloven of te doen door argumenten of bewijs
    Op welk taalniveau hoort overtuigen?
    Het woord overtuigen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van overtuigen?
    Synoniemen van overtuigen zijn: overhalen, bewegen, beargumenteren.
    Hoe vervoeg je overtuigen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je overtuigen als volgt: ik ik overtuig, hij/zij hij overtuigt, wij wij overtuigen.
    Wat is de verleden tijd van overtuigen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van overtuigen is: overtuigde.
    Wat is het voltooid deelwoord van overtuigen?
    Het voltooid deelwoord van overtuigen is: overtuigd.
    Gebruik je hebben of zijn bij overtuigen?
    Bij overtuigen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter