Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    oversturen

    werkwoord | Taalniveau: C1

    rijgedrag vertonen waarbij de achterkant van de auto uitbreekt in een bocht doordat er meer stuurinput is dan de achterbanden kunnen bijhouden

    Voorbeeldzinnen met het woord oversturen

    • "De auto overstuurde en de coureur moest corrigeren om een spin te voorkomen."
    • "In hoge-snelheidsbochten kan een vleugelverlies plotseling oversturen veroorzaken."

    Synoniemen van oversturen

    Vervoeging van oversturen

    Ik (nu) stuur over
    Hij/zij (nu) stuurt over
    Wij (nu) sturen over
    Verleden tijd stuurde over
    Voltooid deelw. overgestuurd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over oversturen

    Wat betekent oversturen?
    rijgedrag vertonen waarbij de achterkant van de auto uitbreekt in een bocht doordat er meer stuurinput is dan de achterbanden kunnen bijhouden
    Op welk taalniveau hoort oversturen?
    Het woord oversturen hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van oversturen?
    Synoniemen van oversturen zijn: uitbreken, de achterkant verliezen.
    Hoe vervoeg je oversturen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je oversturen als volgt: ik stuur over, hij/zij stuurt over, wij sturen over.
    Wat is de verleden tijd van oversturen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van oversturen is: stuurde over.
    Wat is het voltooid deelwoord van oversturen?
    Het voltooid deelwoord van oversturen is: overgestuurd.
    Gebruik je hebben of zijn bij oversturen?
    Bij oversturen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter